Wat als iemand ziek wordt op school?

Een leerling of een personeelslid wordt ziek op je school. De symptomen doen vermoeden dat het om Covid-19 gaat. We denken dan aan koorts (meer dan 37,5 °C), hoest, kortademigheid, keelpijn, pijn op de borst, plots geur- en smaakverlies …Wat doe je dan? Je wil uiteraard verdere besmetting voorkomen, maar je wil ook dat de lesdag zo goed en zo rustig mogelijk verder verloopt voor de andere leerlingen en personeelsleden.

Afzonderen

Je zondert de leerling of het personeelslid met mogelijke symptomen zo snel mogelijk af van de andere leerlingen en collega’s:

  • Je laat hem plaats nemen in een aparte afgesloten ruimte, idealiter het EHBO-lokaal.
  • De EHBO-medewerker blijft bij de mogelijk besmette persoon, maar blijft op minstens anderhalve meter afstand.
  • Hij vraagt hem van op afstand om de handen te wassen en een chirurgisch masker op te zetten. Als de persoon al een masker op had, vraag je hem eerst om het ‘oude’ masker af te nemen en in een gesloten plastic zak in een pedaalemmer (gesloten container) weg te gooien. Vervolgens vraag je hem om de handen grondig te wassen en nadien het ‘nieuwe’ masker op te zetten.
  • De EHBO-medewerker zelf draagt de hele tijd een chirurgisch masker, handschoenen en een schort die aan hoge temperaturen (meer dan 60 °) gewassen kan worden.
  • De EHBO-medewerker mag alleen dichter bij de mogelijk besmette persoon komen wanneer er een levensreddende handeling zoals een reanimatie moet uitgevoerd worden. Hij moet dan zowel een chirurgisch of FFP2-masker dragen als wegwerphandschoenen. Een veiligheidsbril kan een nuttige aanvulling zijn, maar is niet verplicht. De hulpverlener start met borstcompressies. Indien nodig gebruikt hij ook een AED-toestel. De hulpverlener geeft geen mond-op-mond beademing, maar kan wel gebruik maken van beademingshulpmiddelen zoals een zakmasker. Als de EHBO-medewerker niet over beide beschermingsmiddelen (handschoenen én masker) beschikt, mag hij de mogelijke besmette persoon niet benaderen omdat de kans op besmetting te groot is. Wanneer er een reanimatie moet uitgevoerd worden, verwittigt de EHBO-medewerker of één van zijn collega’s sowieso onmiddellijk de hulpdiensten.
Ontsmetten en handen wassen

Je vraagt aan de klasgenoten/collega’s die zich in dezelfde ruimte bevonden om grondig de handen te wassen of te ontsmetten met ontsmettingsalcohol. De klasgroep begeeft zich vervolgens naar een ander lokaal waar de les verder kan gaan.

Ontsmet de lestafel van de mogelijk besmette leerling en laat het lokaal goed verluchten. Vergeet ook niet de deurklinken, lichtschakelaars en alle andere zaken die door de mogelijk besmette persoon werden aangeraakt grondig te ontsmetten met een alcoholoplossing (minstens 70%) of een oplossing van bleekwater (40 ml per l water).

De volgende dag kan dit lokaal opnieuw in gebruik genomen worden.

Na afzondering
Actie naar de mogelijk besmette leerling

Je contacteert de ouders van de leerling en vraagt hen om de leerling zo snel mogelijk te komen ophalen. De leerling blijft onder toezicht van de EHBO-medewerker tot de ouder er is. Als de leerling niet opgehaald kan worden, blijft deze op school tijdens de schooluren, tenzij er van de ouders uitdrukkelijke toestemming is om vroeger naar huis te vertrekken.

Je vraagt hen om dezelfde dag nog contact op te nemen met de huisarts. Hij zal verder advies geven over het testen én de bevoegde instanties op de hoogte brengen.

Actie naar het mogelijk besmette personeelslid

Als het personeelslid nog zelf in staat is om naar huis te gaan, kan hij zelf naar huis gaan en dezelfde dag nog contact opnemen met de huisarts. De huisarts zorgt voor de test en zal de bevoegde instanties op de hoogte brengen.

Als het personeelslid niet meer in staat is om zelf naar huis te gaan of met het openbaar vervoer naar huis zou moeten gaan, vraag je aan een familielid of kennis om hem te komen ophalen.

Actie naar leerlingen of personeelsleden die met de mogelijk besmette persoon in contact waren
Informeren

Het nieuws zal snel de ronde doen dat er iemand op school ziek geworden is. Het is belangrijk om de andere leerlingen of personeelsleden en de ouders gerust te stellen. Laat hen weten welke maatregelen je genomen hebt en wat de volgende stappen zijn. Zo lang zij niet gecontacteerd worden door het contact center of door een arts van het CLB, blijft alles eigenlijk bij het oude.

In principe zal de CLB-arts rechtstreeks door het call center en/of door de huisarts op de hoogte gebracht worden van een bevestigde of sterk vermoede COVID-19-besmetting. Als jij als school verneemt dat een besmetting van een personeelslid of leerling bevestigd is of dat de behandelende huisarts sterk vermoedt dat het over een COVID-19-besmetting gaat, meld je dat best ook aan je CLB net zoals je dat doet voor andere besmettelijke aandoeningen.  Het CLB zal dan in overleg met het call center van de overheid en de behandelende huisarts de nodige stappen zetten.

Heb je nog bijkomende vragen of wil je toch even aftoetsten met je CLB-team, aarzel dan zeker niet om met hen contact op te nemen. Zij zullen je graag verder helpen.

Contact tracing

Hou de lijst ter beschikking met de samenstelling van de contactbubbels waar de mogelijk besmette persoon de laatste twee dagen deel van uit maakte. Het zou kunnen dat de overheid of het CLB die lijst opvraagt met het oog op het in kaart brengen van de contacten.

Andere stappen hoef je als school niet te zetten. Het is aan de huisarts om de test te organiseren en om de bevoegde instanties te contacteren.

Wat gebeurt er dan verder?
Bij negatieve test

De leerling of het personeelslid mogen, zodra ze genezen zijn, opnieuw naar school komen.

Bij positieve test

Het contactonderzoek start op – een medewerker van het call center van de overheid belt de besmette persoon op en vraagt met wie hij  de laatste twee dagen voor de start van de symptomen contact heeft gehad. De medewerker belt altijd van het nummer 02 214 19 19 of stuurt een sms van het nummer 8811.

Als de besmette persoon tijdens die laatste twee dagen op school geweest is – wat altijd het geval is wanneer de besmetting op school wordt vastgesteld – neemt de medewerker van het call center ook contact op met de CLB-arts. Die zal het contactonderzoek in de schoolcontext opstarten. De medewerker van het call center zal de contacten van buiten de school contacteren.

De CLB-arts:

  • informeert bij de besmette persoon met welke contactbubbels hij de twee dagen voor de start van de symptomen in contact kwam. Welke klasbubbel, opvangbubbel, bubbel op de bus …?
  • identificeert de contacten en schat het risico in op basis van informatie van de besmette persoon zelf of van de school over het functioneren van de betreffende contactbubbel: geen risico, laag risico of hoog risico.
  • zorgt voor informatie voor de laag-risico contacten en voor de personen die niet in contact kwamen met de besmette persoon en dus geen risico lopen.
  • neemt telefonisch contact op met de hoog-risico contacten.

 

Afhankelijk van de aard van het contact zullen de personen met wie er contact geweest is een verschillend advies krijgen.

Contacten met een hoger risico zijn:

  • personen die gedurende langere tijd (meer dan 15 minuten) én van dichtbij (minder dan 1,5 m) in contact geweest zijn met de besmette persoon;
  • personen die gedurende langere tijd (meer dan 15 minuten) in eenzelfde ruimte hebben doorgebracht met de besmette persoon, waarbij er niet altijd een fysieke afstand van 1,5 meter was en/of waarbij er voorwerpen werden gedeeld. Voorbeelden zijn leerlingen in een klaslokaal zonder vaste plaatsen of leerlingen in een klaslokaal mét vaste plaatsen die  vlak voor, achter of naast (<1,5m afstand) de besmette persoon zitten;
  • personen die direct fysiek contact hebben gehad zoals bijvoorbeeld knuffelen of vechten;
  • personen die in direct contact (van persoon tot persoon) zijn geweest met lichaamsvloeistoffen of excreties van de besmette persoon – bijvoorbeeld speeksel of neussecreties;
  • zorgverleners die in dezelfde ruimte geweest zijn zonder persoonlijke beschermingsmiddelen en op minder dan 1,5 m afstand contact hebben gehad.

De contacten met een hoger risico moeten veertien dagen thuis in isolatie blijven en mogen geen bezoek ontvangen. Zij moeten altijd een mondmasker dragen wanneer ze toch buiten moeten voor een essentiële boodschap.

Contacten met een lager risico zijn:

  • personen die slechts korte tijd (minder dan een kwartier) van nabij met de persoon in contact zijn geweest.
  • personen die zich gedurende langere tijd in dezelfde ruimte bevonden, maar daarbij gedurende minder dan een kwartier op een afstand van minder dan 1,5 m contact hebben gehad met de besmette persoon. Voorbeelden zijn hier de klasgenoten in een klas met vaste plaatsen of mensen in een zelfde kantoorruimte en die niet onmiddellijk voor, achter of naast de besmette persoon zitten
  • zorgverleners die in dezelfde ruimte geweest zijn zonder beschermende kleding, maar nooit binnen een afstand van 1,5 m

De contacten met een lager risico zullen extra goed moeten letten op maatregelen zoals anderhalve meter afstand houden en handhygiëne. Zij mogen naar school blijven gaan of blijven werken op voorwaarde dat ze niet ziek zijn en op voorwaarde dat ze de gekende maatregelen goed opvolgen.

 

 

Heeft dit artikel u verder geholpen?