Welke bijkomende maatregelen gelden er in regio’s met een verhoogd risico? Update 23 maart

In regio’s met een verhoogd risico, wordt er extra voorzichtig omgegaan met besmettingen. Deze regio’s worden vastgelegd door de Risk Assessment Group (RAG). Het CLB kan daarnaast zelf de inschatting maken om deze maatregelen ook te laten gelden voor regio’s die niet specifiek in de RAG-lijst opgenomen zijn, maar waarbij er wel op niveau van bepaalde wijken of districten noden zijn.

Van zodra er 1 besmetting in de klas is in een betrokken regio, gaan minstens alle leerlingen van die klas gedurende 10 kalenderdagen in quarantaine. Zij krijgen afstandsonderwijs, ook voor het afleggen van examens. Ook klasleerkrachten (in het basisonderwijs) gaan in quarantaine. Het CLB maakt de inschatting of leerkrachten van het secundair onderwijs, zorgleerkrachten, sportleerkrachten, … ook in quarantaine moeten.

De school meldt de sluiting van de klas aan AGODI. Wat is de procedure voor (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens clusterbesmetting?

Wie in quarantaine moet, wordt op dag 1 en dag 7 na het laatste contact met de besmette persoon getest. Het CLB en de arbeidsgeneeskundige dienst voorzien hiervoor testcodes. Indien de tweede test negatief is, mag de persoon terug naar school.

Aangezien de hele klas in quarantaine moet, worden leerlingen niet meer opgebeld door het CLB om na te gaan met wie ze contact hadden op school. Het CLB en/of de school voorzien schriftelijke uitleg over de te volgen maatregelen.

Deze maatregel geldt vanaf 22 maart 2021 tot aan de paasvakantie. Voor besmettingen die eerder dan 22 maart 2021 plaatsvonden, geldt dit niet en worden de eerder voorziene maatregelen gevolgd. Indien je school niet tot een regio met een verhoogd risico behoort, voert het CLB het contactonderzoek uit en gelden de normale maatregelen.

Heeft dit artikel u verder geholpen?